DE VIER VINGERS - WEEK 3 Kuiltjes graven Een derde week breekt al aan. Nog even en we zijn op de helft. En hebben al zoveel gezien. Soms lijkt het zo heel vanzelfsprekend dat je hier bent en alles om je heen ziet. Later, terug in NL dan zie je misschien wel eens plaatjes van terrasjes, haventjes of strandjes en denkt dan dat zoiets heel ver weg is van het gewone leven. Maar nu zit je er midden in en vindt het gewoon. Althans, als je er even over zit te mijmeren: bijzonder gewoon. Dat we zomaar hier zijn en zitten! We rijden inmiddels al door de derde vinger en rijden langs de oostkust, dus de andere kant van Griekenland. De ene keer zakt de zon 's avonds in zee, de andere keer komt hij er 's morgens uit op. Zo wisselen de taferelen. ![]() Af en toe maak je op een dag nauwelijks een grote tocht. Een paar kilometer om je te verplaatsen naar een volgend mooi gedeelte. Even gas terug. Dertig kilometer noordelijker zou er opnieuw een schitterend plekje zijn, een paar dorpjes aan een baai gelegen, die enisgzins aandoet als een Noorse fjord. We zoeken de weg met enige moeite (TomTom kent de plekjes niet), de bewegwijzering is redelijk, maar je moet de Griekse teksten wel kunnen lezen (wat voor mij geen probleem is). Het gaat om de weg over Richea en Lambokambos (net er voorbij rechtsaf, bord staat pas op het hek in de bocht). De weg hierheen is soms goed te berijden, perfect geasfalteerd en dan weer is het één brokkelige weg. Met voortdurend gaten om omheen te zeilen. De omgeving is woest en totnutoe niet bijster interessant. Af en toe moeten we in de remmen omdat kuddes geiten de weg versperren, of omdat een baby-schildpad de weg aan het oversteken is. Dan is de weg weer breed, dan weer smal. Vooral de doorgang door het dorpje Charakas is smal. Voor kleine campers goed te doen, voor grote is het wel de vraag of ze dit alles aandurven en -kunnen, met name de afdaling die dan komen gaat en de doorgang door het laatste dorpje voor de zee: Kiparissi. Jawel, de naam van deze plaats kwamen we al eerder tegen, maar dat is met veel plaatsnamen het geval. Hoeveel dorpen als "Agios Nikolaos" kortweg aangeduid als Ag. Nikolaos, of andere heiligennamen er wel niet zijn... Na de Charakas wordt de weg steeds adembenemender. Kort na het dorp ontvouwt zich een prachtige kustweg. Een route die ![]() ![]() ![]() Van honderd naar stapvoets Het dorp ligt er prachtig bij, met karakteristieke huizen, alles klein, piepklein lijkt het, maar daardoor straalt het een serene rust uit, waar je zelf ook helemaal tot rust komt. Daarom blijven we er de rest van de dag en de komende nacht gewoon staan. ![]() ![]() ![]() De klim omhoog valt weer mee. Ook omdat je een onbekende weg de eerste keer altijd wat onzeker maakt. Waar gaat het heen, redden we het? Omhoog gaat het vanzelf. Een enkele keer moet een tegenligger het veld ruimen, maar na enige tijd zijn we weer op de weg bij Lambokambos aangekomen. Hoewel niet echte de hoofdweg van het eiland, lijkt het op de kaart toch aan deze oostelijke zijde een doorgaande weg, op weg naar Leonidio. Onze bestemming staat nog niet vast, maar die richting gaat het op. De hoogvlakte waar we overheen rijden is op zich weinig interessant. Veel van hetzelfde. Af en toe een kudde geiten. Tegenliggers komen we nauwelijks tegen. Na het dorpje Peleta - waar de plaatselijke horeca ons ook even brood verkocht, bij gemis aan een bakker - komen we op een prachtig geasfalteerde weg terecht. Zo schiet het op. En voor het eerst in lange tijd kan ik zelfs de vijfde versnelling weer gebruiken. Hoera. Tot ... plotseling moet ik in de remmen. Einde brede weg. Einde asfalt, Einde vlakte. Dalen gaan we. Het asfalt was op en een weg vol stenen en kuilen ligt voor ons. Niets lijkt erop te wijzen dat men bezig is en na het weekend weer verder zal gaan. Tothiertoe en niet verder. En dan gaat het ook nog naar beneden. Op glijdend gruis. Stapvoets gaan we een kilometer door. Je twijfelt of je wel goed zit, maar de bewegwijzering en TomTom gaven deze weg aan en de dorpen die we doorkruisten klopten. ![]() Stationnetje Even later opent zich een vergezicht op de zee. Helemaal in de diepte het dorp Polithra. Met tussen hier en daar de serpentines van wegen met haarspeldbochten. Zo kronkelen we lange tijd weer voort, totdat we echt beneden staan, aan zee. Eindelijk tijd om koffie te zetten. We bezoeken nog de plaats Leonidio, maar die is niet bijster interessant. Hooguit boodschappen doen we er. De omgeving laat zien dat een groot deel van de aubergineoogst uit deze streek vandaan komt. Daarom is ze bekend. We rijden nog wat noordelijker en stoppen na een kilometer of 25 in Tiros, waar het ijs lekker smaakt, de supermarkt de overige boodschappen heeft en we de camping opzoeken (camping Zaritsi, 5km ten noorden van Tiros) om een paar dagen te blijven. Heerlijk even een rustdag inbouwen. nou ja, die wordt ons met de zondag vanzelf gegeven. Een warme dag, terwijl het in NL met een maximumtemperatuur van 11 graden net zo"warm" is als afgelopen kerstdagen. Een Nederlands stel komt dichtbij ons staan. Voor het eerst in deze weken dat we een NL-camper ontmoeten. Het aantal campers (en ook toeristen) is sowieso dramatisch gekelderd. Overal is het rustig. ![]() Hond en kat Wanneer we op het uitgestrekte parkeerterrein in Nafplio onze camper parkeren staan de Nederlanders er ook. Na een bezoek aan het stadje hebben we een uitgebreid gesprek met hen. Zij gaan richting een haventje in Tolo waar ze willen overnachten. We zullen het daar ook eens bekijken. Eerst Nafplio. We waren er al eerder, 2001. Nafplio is de eerste stad die bevrijd werd van de Turkse overheersing en werd de eerste hoofdstad van Griekenland. Het wordt wel het mooiste stadje van het Griekse vasteland genoemd. Het oude centrum heeft een intieme sfeer, met vermakelijke winkeltjes en gezellig terrasjes. Boven de stad troont het akronafplion, de oude burcht, ontsierd door een binnen de muren gebouwd hotel. Verder rijst hoog boven de stad (zo'n 900 treden!) de citadel. De lange klim wordt met een prachtig uitzicht over de baai beloond, waar in het midden een oud venetiaans fort, Bourdzi, ligt. Gebouwd in de 15e eeuw. We wandelen door de straatjes, genieten er onze lunch en hebben langs de kade nog een lang gesprek met de andere camperaars. Over camperen, huisdieren (zij een hond, wij een kat) en veel persoonlijke zaken. ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() Meterorietinslag We vertrekken voor een kort bezoek aan het noordelijk gelegen Tirintha (3 km). Kolossale overblijselen van een oude burcht zijn er te zien, een militair bouwwerk met muren van een meter of 7 dikte. De warmte verhindert ons er lang te blijven. We zoeken Tolo op, vooral het haventje. Vinden er een klein plaatsje, maar al gauw blijkjt de hitte hier intens te zijn wat ons doet besluiten gauw hier ![]() ![]() Onderweg zoeken we even Didyma op. Hier zouden twee grote kraters te vinden zijn van vroegere meteorietinslagen. En zowaar treffen we deze aan.Via een trap die diepte in leidt, kom je in het binnenste van die krater. Gelukkig hebben de Grieken het helder wit geverfd, zodat je zonder angst even in het binnenste der aarde kan afdalen. Interessant om er even rond te wandelen en je voor te stellen hoe in een ver verleden een brok puin met een geweldige snelheid naar beneden kwam en hier enkele gaten in de grond sloeg. In de eerste, de kleine genoemd, bevinden zich twee Byzantynse kapelletjes. Onvoorstelbare krachten die daarmee gepaard zijn gegaan. De grotere krater ligt er iets achter. Een korte klim naar boven en we staan voor het reuzengat, waar thans vogels een geweldig aantal nestgaten heeft gevonden. ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() Koninklijke villa Richting Portocheli gaat het nu. Een drukke havenplaats. ![]() ![]() Lading De zon verdwijnt aan de overzijde langzaam achter de bergrug. Hier staan we zomaar weer ergens op een verlaten plek. In gesprekken met anderen blijkt er altijd een groot verschil tussen camperaars te zijn. Zij die nergens tegen op zien, overal blijven staan en zij die graag veiligheid om zich heen willen. De eersten staan overal en voelen wel aan of een plek veilig is (wij hebben ook wel eens een keer gezegd: nee, hier willen we niet staan). De anderen staan meestal op een camping, soms op een camperplek. Daar moet je trouwens in GR niet teveel van verwachten. Beter: helemaal niets. Vrij staan is eigenlijk verboden, maar wordt over het algemeen gedoogd. Vooral omdat een camper die ergens 'staat' vaak niet anders is dan een auto die ergens parkeert. Voor ons kwam er nog een onzekere factor bij omdat we met een nieuwe - lees andere - camper op stap zijn gegaan die we nog onvoldoende kennen. Uiteraard komen we kleinigheden tegen die niet helemaal in orde zijn. Een lijstje voor de garantiebeurt maken we al gaande. Een van de problemen is dat het opladen van de accus niet helemaal in orde is. Twee huishoudaccus (zelfde vermogen, zelfde type) staan aan boord, een zonnecel bovenop en de oplader wanneer we rijden moeten ervoor zorgen dat deze bijgeladen worden. Dit gebeurt onvoldoende, zodat we op moeten letten met onze elektracapaciteiten. Met onze extra lampen die op zonneenergie lopen hebben we in ieder geval altijd licht. En elektrisch waterkoken, de laptop laten draaien doen we ook volop. Dus helemaal klagen hoeven we niet. Plekje van toen Zo dicht aan het water betekent dat je als je wakker bent gauw weer even de zee in kunt. Dat doen we dan ook. De wind is gaan liggen en het water is heerlijk. De temperatuur is de laatste weken snel omhoog gegaan, want toen we kwamen was het nog koel en het water ijskoud. Maar ja, wie hoort dat het in Nederland de ene na de andere dag nog koud en kil en nat is klaagt helemaal niet meer. En inmiddels is het elke dag warm. Als we hier vertrekken rijden we naar Ermioni, helemaal aan de zuidkust van deze vinger. Een rustige gezellige havenplaats waar we wat shoppen. Het valt ons op - in tegenstelling tot wat we steeds gezien hebben - dat de uitstraling van de winkels erg modern is. Dat is voor het eerst in de Peloponnesos dat we dat zien. We drentelen langs de haven en in een van de taverne's genieten we lekker van een glas fris en het uitzicht op het water en alles wat zich daar omheen afspeelt. Zonder echt actief te zijn toch een leuke dag. ![]() ![]() ![]() We nemen de hoofdweg terug, zodat het eerste gedeelte weer hetzelfde is van de dag ervoor. Onderweg zien we ergens een verwijzing naar een klooster, een klein bouwwerk dat vlak langs de weg ligt. Even poolshoogte nemen. We wandelen het terrein op en zien een bordje in het Frans dat volgens on aangeeft dat mannen niet in korte broek en vrouwen alleen in rok naar binnen mogen. Dan zal een t-shirt ook wel niet aan de eisen voldoen. We kijken door de poort heen op de binnenplaats, er lijkt een mandje te staan waarin wat omslagen gereed liggen. Maar verderop is het donkere gat van de deur van het klooster. En ineens staart ons achter dat donkere gat een zwarte gestalte aan, helemaal van top-tot-teen bedekt, het gezicht lijkt als een witte driehoek zich af te tekenen en twee ogen spuwen vuur. Geen uitnodigend gebaar om toch maar binnen te komen, aanpassen zouden we ons toch wel en ze verwachten van vakantiegangers kennelijk niet dat ze altijd dik gekleed gaan. We dachten dat het klooster niet meer in gebruik was, maar kennelijk dus toch wel. Dan houden we Epidaurus aan. Het geweldige amfitheater staat nog op ons verlanglijstje. Wel de volgende dag. We kijken in Archea Epidavros en Neo Epidavros omdat we dit keer heel bewust op zoek zijn naar de camping waar we elf jaar geleden stonden. Het gekke is dat wanneer je ergens geweest bent en er goeie indrukken van hebt bepaalde beelden nog op je netvlies staan, maar als je er dan weer komt lijkt het alsof je niks herkent. Ik moet mijn eigen verslag van 2001 even raadplegen om te zien dat we op camping Nicolas I stonden. Als we die gevonden hebben staan we bijna op hetzelfde plekje van toen. Epidaurus lijkt niet veel voor te stellen, een vriendelijk vissersplaatsje, maar in de klassieke oudheid was het een plaats van 80.000 inwoners. Een klein amfitheater is hier ook te vinden, maar valt in het niet bij het grote, 18 km verderop. Het oude Epidaurus is deels gezonken na een aardbeving. Wie er met de boot overheen vaart ziet de resten van fundamenten, omtrekken van grote amfora's e.d. onder het heldere water liggen. En we genieten weer van de zee, het uizicht, het eten en de rust. Later op de avond komt de maan op een schitterende en romatische wijze opzetten. Bloedrood verschijnt de nog bijna volle maan en werpt haar weerspiegelingen af in de zee die voor ons ligt. Momenten om intens stil van te worden. Gulden snede ![]() ![]() Midden op de theatervloer is een stip aangebracht. Als je bovenin zit en het is verder stil hoor je daar een munt of steentje (zoals iemand demonstreert) vallen. Een perfecte verstaanbaarheid - zonder geluidsinstallaties - is daarmee gegarandeerd. 103 treden gaat het omhoog, althans de trap in het midden.. 14.000 toeschouwers kan het theater herbergen. ![]() We laten er even wat wiskunde op los: aanvankelijk bezat het theater 34 rijen, later zijn er 21 aan toegevoegd. De verhouding tussen die twee (34/21) is de bekende gulden snede (1,619), een getal dat de verhouding van twee delen aangeeft waarvan de grootste zich evenveel verhoudt tot het geheel (55, het totaal aantal rijen, gedeeld door 34 geeft hetzelfde getal aan!). Dit gulden getal was een vondst van Euclides omtrent 300 voor Chr. Deze gulden snede komt in heel veel zaken voor: architectuur, kunst, levende natuur, en zelfs beursberekeningen. Het wordt beschouwd als een getal dat de harmonie verklaart. We klimmen de 103 treden omhoog en zitten een tijdlang boven te genieten. Allerlei fotos geven een indruk. Het amfitheater ligt er niet alleen. Heel bijzonder is het bovenin dit theater te zitten en de blik te richten op de omringende bergen. In het land van mythen en sagen, waar goden herleven in allerlei maten en soorten kun je je op deze plek iets voorstellen van de beleving die mensen hier vroeger moeten hebben gehad. Meer dan alleen brood en spelen. ![]() ![]() ![]() Direct ernaast zijn de opgravingen van het complex dat grotendeels gewijd is aan de god Asklepios, de god van de geneeskunde. ![]() ![]() ![]() Deze avond - en deze week - sluiten we af met nog een plek waar we al eerder waren. een kleine baai die we bij toeval vonden bij Katakali, iets benoorden Epidaurus. We zoeken de baai weer op (zie verslag 2001 voor de route) en staan er die nacht in alle rust (er is minder activiteit dan in het verleden, een viskwekerij is niet meer in deze baai). We hebben de baai voor ons alleen, zeker voorin, waar we altijd staan. Achterin is het een komen en gaan van bootjes en mensen die ergens aan het werk geweest zijn. Aan de overzijde zien we de chemische fabrieksinstallaties van Griekenland, de lichten geven de avond een extra dimensie. De sterrenhemel is opnieuw prachtig en betoverend. Heerlijk om te genieten. |
Een reactie in ons gastenboek is altijd welkom! |