Zomer 2008:  Dubbeltocht door Oost-Frankrijk
(week 4)


Einde in zicht

Op de route komen we heel wat leuke dorpjes tegen. Typisch Frans vaak. Te zien aan de bouw van de huizen, aan de enorme hoeveelheid onbenutte en verwaarloosde woonruimte die er volgens ons moet zijn. Plaatsjes waar de tijd lijkt stil gestaan te hebben of het leven er dromerig uitziet. Dorpjes waar de kerstverlichting nog (of is het: al?) boven de straten hangt. Oude mannetjes staan te kletsen en rond te kijken. Spelen het eeuwige Jeu de boules. Ginds loopt iemand met een vers stokbrood in de hand en verraadt zo de weg naarf de Boulangerie. Elk dorpje weer anders.
Daar is het dorpje Malijaï, waar het huidige gemeentehuis het kasteel was waar Napoleon sliep. Althans in de tuin.
En ineens weer een stadje als Sisteron, met een grote citadel, waar Napoleon destijds veel van vreesde. Het dal was daar ook zo smal dat je er niet aan voorbij kon. De koninklijke troepen bleken echter fan van Napoleon te zijn dus ook hier werd het een triomftocht.




Dan merken we dat we weer de Alpen tegemoet gaan. De bergen doemen weer op in de omgeving van Gap. Als liefhebber van de hoge bergen klopt dan je hart weer sneller. Geweldig altijd weer om die majestueuze Alpen te zien. De sneeuw ligt er nog. Maar het is dit keer niet ons doel. We vervolgen de weg. Even voorbij Gap verlaten we de weg en vinden uiteindelijk een overnachtingsplaats in St. Bonnet en Champsaur, even boven Gap.
Uiteraard is het overal te merken dat je op de Route Napoleon bent. Je hoeft maar even ergens te stoppen of je staat op een Place Napoleon of ziet een hotel Napoleon. Ook heel wat campings zijn naar hem vernoemd. Men weet de naam wel uit te buiten. Maar dat hoort er natuurlijk ook bij.
Op de route liggen ook de plaatsjes Corps en La Mure. Op zich niet bijster interessant. Vooral La Mure is een echte wintersportplaats. In de zomer ziet het er saai en slordig uit. Vooral bloembakken worden gebruikt om de straten op te fleuren, maar het aantal verwaarloosde huizen is groot. Toch zijn de huizenprijzen in dit deel van Frankrijk niet laag. Elders, centraal-Frankrijk, zijn we wel anders gewend. Daar heb je voor een prikje een leegstaand chateau.
Vanaf Laffrey is het oppassen geblazen. De weg gaat dalen. Heel lang en steil. Velen rijden de route in tegengestelde richting en dan is het natuurlijk stijgen. Het wil nog wel eens gebeuren dat iemand bij een lange daling alleen zijn rem gebruikt. Als u dat daar doet is de kans groot dat u halverwege de remblokjes al moet vernieuwen. U komt uit in Vizeville. Een dorp met een prachtkasteel. Vandaar is het niet ver meer naar Grenoble. Daar is de Route Napoleon ten einde. Wij deden er net zolang over als Napoleon destijds. Wellicht hebben wij meer oog voor de omgeving gehad dan hij met zijn troepen. Daar was het voortdurend opletten wat er komen ging.
(Tot zover deze verkorte beschrijving; de uitgebreidere versie wordt eerst elders gepubliceerd. Er valt nog heel veel meer over te vertellen.)

Havenplaats in de bergen
Vanaf Grenoble is in zekere zin alles al gericht op de terugreis. het gaat althans die richting op. Hoewel, we hebben er nog 4 dagen voor. Intussen zijn we toch nog even afgedwaald en hebben opnieuw echt in de Alpen gestaan. Je kunt het maar niet afleren, dat rijden in die magnifieke bergwereld.



Maar dan wordt die periode toch weer afgesloten. Grenoble is een grote stad. Beschrijvingen in gidsen spreken van een klein Parijs en zo. En inderdaad, als je er rond loopt en vraagt waar doet je dit aan denken, dan zeg je wel Parijs. Maar toch, het haalt het in de verste verte niet bij Parijs. Al met al veel facade en verder weinig echt moois. Opvallend is wel de kabelbaan die dwars over de rivier de Isère gaat.
Vanaf Grenoble gaat het nu noordwaarts. We zoeken de weg richting Chambery. We kiezen zeker niet voor de kortste weg, maar gewoon wat ons mooi lijkt. Langs het Lac du Bourget bijvoorbeeld. Het grootste natuurlijke meer van Frankrijk. Met prachtige uitzichten van boven af. we willen richting Nantua, daar is een mooie camperplek. Aan de westkant van het meer (Lac du Bourget) volgen we de N504. Als deze even later zich door een berg(je) heenboort komen we ineens in een totaal ander landschap. Liefelijk golvende bergjes. Zeker als we denken waar we vandaan komen.
Bij Yenne nemen we de D921. Even goed opletten! Maar wel de moeite waard. Gedwongen door een wegafsluiting worden we middden tussen de wijngaarden gestuurd. Even later komen we tot onze verrassing in een schattig plaatsje, Chanaz.
Het ligt aan een kanaal tussen de Rhône en het hiervoor genoemde meer. Zomaar ineens een haventje, midden tussen de bergen (nou ja, bergjes, ik val in herhaling). Kennelijk een druk bevaren kanaal, met leuke terrasjes eromheen. We stoppen er onmiddelijk en gaan die avond niet verder.
De route vervolgt: Ruffieux, Seyssel. In deze plaats zien we een pracht van een camperplek langs de Rhône. Als we niet bij het kanaal waren gebleven, waren we zeker hier gestopt. We rijden door tot we in Nantua op de camperplaats aan het meer terechtkomen. Onderweg passeren we schitterende dalen.
Het is dat we op de thuisreis zijn, maar anders was hier veel te zien geweest.

Wijnboeren
En dan ineens staan we op de kade in Tournus aan de rivier de Saone. We kijken uit over de rivier. Een rijnaak glijdt voorbij. Vreemd woord eigenlijk, waarom geen maasaak of zo? En in het Frans, is het dan een rhone-aak of zoiets? Geen idee op dit moment. Er zijn zoveel van die woorden, die je kent en automatisch gebruikt, maar wanneer je erover nadenkt vraag je je af: waarom zeggen we dat zo. Die rijnaak zal uiteraard de naam gekregen hebben doordat de Rijn de grote verbindingsrivier was.
Maar denk eens even na over het volgende: u ziet de bordjes wel eens hangen, bijv. bij een overweg voor de bovenleiding: "aanraken der draden levensgevaarlijk". Levensgevaarlijk. Wat schrijven de Fransen: "danger pour mort", oftewel: doodsgevaarlijk. Uiteraard, aanraken van draden brengt eerder de dood dan het leven mee. Toch? Nog een voorbeeld: wij noemen een bepaalde auto een bestelauto. In het Duits: Lieferwagen, leverwagen. Dat is toch veel duidelijker? Zulke auto's komen toch iets afleveren. Die zijn toch niet om iets te bestellen.
Nou ja, zo kun je nog wel even verder. We dwalen af. Intussen zijn na de rijnaak nog verscheidene plezierjachten voorbij gekomen.
Ondertussen is het land om ons heen vlak geworden. Geen bergen meer te zien. Zojuist namen we een kort stuk autobaan, vanaf Nantua tot het kippendorp Bourg-en-Bresse. Om even op te schieten. Zo'n autobaan met daarin een hele lange afdaling met van die vluchtwegen die in het grind eindigen voor als je remmen het niet meer doen. In Nederland kennen we dat niet. Hier zijn er wel vier na elkaar, zodat je wel heel duidelijk beseft dat je de bergen achter je laat.
We eindigen die avond in Beaune. Al tientallen jaren geleden kwamen we er eens langs, op reis van Parijs naar Genève. Toen was er nog geen snelweg in die richting en reden we door dit stadje. Ada wilde er altijd nog een keer heen. Zo gezegd, zo nu dan eindelijk gedaan. Een prachtige historische binnenstad met schitterende gekleurde daken. In de stad het befaamde "Hotel Dieu", een armen- en ziekenhuis dat reeds in de 15e eeuw gesticht was. De laatste patient vertrok er pas in 1971. Het gebouw staat tijdens ons bezoek grotendeels in de steigers. Keus genoeg in Beaune om ergens te eten, wat we dus doen. En op de camperplek staan we tenslotte niet als enigen.



Nog twee dagen resten ons van thuis. Die een na laatste doen we het nog rustig aan. We bezoeken wat chateautjes, uiteraard om wijn te kopen vanuit de Bourgognestreek. We vinden nog een leuk plekje ergens aan een watertje. Uiteraard houden we die voor onszelf. Wie weet, gaan we er nog een keer met de camper staan. En anders staat er straks een balk voor de ingang. Wat dat betreft is het in heel Frankrijk heel verschillend. Grosso modo is het land campervriendelijk en zijn er veel voorzieningen. Altijd is er wel een plekje te vinden. Maar per gemeente reageert men vaak heel verschillend. Soms staan er alleen maar hoogtebalken boven elk plekje. Met als gevolg dat je ook nergens even parkeren kunt, zelfs niet om even een bakker op te zoeken. Anderzijds zijn er gemeenten die het perfect voor elkaar hebben en weten dat campers een plekje nodig hebben. Daar kunnen ze in Nederland nog wat van leren. Want daar is nauwelijks een plekje te vinden.
Met camperplekken is het ook totaal verschillend. De vraag wat een camperplek kost is niet te beantwoorden. Soms heb je een mooie plek, helemaal gratis al of niet met voorzieningen die weer al of niet betaald moeten worden. Soms heb je een plek die wel (duur) betaald moet worden (duur is dan €7,50-10). Of waar je even veel betaald of je nu alleen maar overnacht of van alle voorzieningen gebruik maakt. En het komt ook voor dat in een gemeente weer alles gratis is. Ook de plaats van camperplekken kan heel verschillend zijn. De ene gemeente doet alsof campers wel een soort uitschot is dat opgeborgen moet worden. Met staplekken waar je zodicht bij elkaar komt te staan dat je nauwelijks de deur kunt openen. Een andere keer maakt een gemeente er iets moois van, zoals er een mooie jachthaven voor de boten is zo moet ook de plaats voor campers aantrekkelijk zijn. Al met al weet je nooit wat je verwachten kunt. en als het niet bevalt dan zoeken we gewoon een plekje voor onszelf. Ook deze vakantie zochten we weer een aantal keren een plek voor onszelf, vier keer stonden we 1 of 2 nachten op een camping (de duurste 13.80) en drie keer betaalden we voor een plaats. Al met al nog geen 100 Euro. Inclusief de kosten voor Flot Bleus, zoals de zuilen met voorzieningen heten.
Nog een dag tenslotte. Dat wordt - vanuit de laatste standplaats in Pont-a-Mousson, net boven Nancy, aan de Moezel - nog een flink stuk autobaan. En dan onze kinderen en kleinkinderen weer ontmoeten!

Resumerend:
- Op deze website zag u heel wat foto's. In totaal hebben we er 533 gemaakt. Dus u zag lang niet alles...
- Inmiddels ben ik redelijk hersteld. Op een avond aan de zuidkust hadden we een ware aanval van muggen en andere steekvliegjes (inderdaad hele kleine). Meer dan 100 steken had ik (Ada iets minder) die een week lang voor jeuk en ergernis zorgden. Ik zag er niet uit....
- Tussendoor hadden we ook nog wat ander pech op het lijstje met tegenvallers te melden. We noemden al de omvormer die stuk ging. Daarbij vertoonde de warmwatervoorziening kuren. Er zat ergens iets los, waardoor ik na het rijden steeds wat aan de verbinding moest rommelen. Ik had het verwacht: vlak aan het einde werkte het helemaal niet meer. Dat heb je, als je steeds iets moet 'rommelen'. Toen kostte het anderhalf uur "bloed, zweet en tranen" om met een zaklamp en zonder soldeerbout (was er wel, maar werkt alleen op 220 en niet op 330) vier verbindingen vast te krijgen. En zowaar: het lukte.
- Denkt niet dat ik alleen maar gereden en getypt heb. Ik heb intussen ook nog bijna 1400 bladzijden gelezen. En niet zomaar wat luchtigs...
- Zoals ergens beschreven: een paaltje dat ik aan het begin over het hoofd zag zorgde ervoor dat we de fiets (die van miij in ieder geval) niet konden gebruiken. Na onze eerste bergwandeling waren de bergschoenen van Ada kapot. Toch hebben we ons niet verveeld...
- Overigens: een slimme lezer zal het opmerken. Als de 220 is uitgevallen hoe kan hij dan de hele reis nog op de laptop zetten? Tja, toen we constateerden dat de omvormer kapot was en 330 gaf, ontdekten we ook dat we de laptop inmiddels wel zonder problemen hadden gebruikt. En inderdaad, de adapter daarvan bleek nog keurig 19.5V= af te geven. Dus die werkte.
- Als we straks thuis zijn ligt er weer een krat vol post en een hoop werk. Iedereen die op vakantie is kent dat gevoel: dat het lijkt alsof die vakantie na een dag al weer weken geleden was. Daarom is het ook zo heerlijk om dit verslag te hebben en te weten dat je de tijd hebt mogen ontvangen om van zoveel moois en van het weer en van elkaar te genieten. Onze God en Schepper danken we dat we weer gezond en wel thuis mogen komen.
Top