1. Homepage


2. Camperreizen:
Griekenland
      2001  (Peleponessos)
      2005  (Noord - Zuid)
      2009  (Noord)
      2012  (Peleponessos)

Noorwegen
       Noordkaap 2004
       Noorwegen 2014

Frankrijk (route Grandes Alpes)

       2008 (+route Napoleon)
       2012

Spanje

       Spanje 2007
       Spanje 2010

Overig
       Schotland 2006
       Italië 2006

       Kroatië 2013

3. Campertips
       Beginners
       Gevorderden
       Noodnummers

4. Overig:
       Linkpagina
       Privé

5. Kippensite
       Info
       Pagina 1
       Pagina 2

6. Gastenboek

7. Contact

Opstapkip - Camperreizen. Site voor Camperreizen met camper/kampeerauto of voor een enkele camperreis.Camperliefhebbers vinden hier alles van hun gading. Plannen van reizen, reisinformatie. Met de camper reizen naar Noorwegen, met de camper de Noordkaap bezoeken, via Finland en Zweden. Met de kampeerauto door Griekenland, met de camper naar Italie;, rondreis via de Route des Grandes Alpes of Route Napoleon, rondreizen naar Schotland, of met de camper Spanje doen. Camperreizen/camperrondreis Europa. Rondreizen door Belgie, Duitsland, Frankrijk. Eindeloos dwalen. De Reis is het doel. Ook Servie en Kroatie.Naar de Noordkaap of het zuiden van Griekenland, naar de laars van Italie of het binnenland van Spanje. Over de hoogvlaktes in Spanje, langs de fjorden van Noorwegen, overnachtingsplekken en overnachtingsplaatsen. Reisroutes en foto's van onderweg ScandinaviŽ: Zoek een overnachtingsplaats of of een overnachtingsplek op een fjell, aan een fjord. Aan een haventje of kade. Rij langs fjorden over de (noord)poolcirkel, langs het sognefjord, door het laerdal, of hemsedal waar u een prachtige staafkerk vindt.



REISVERSLAG NOORDKAAP 8 juli - 14 juli 2004
(WEEK 4)

Wat is donker ook al weer?
Deze week zullen we dan eindelijk de Noordkaap bereiken. Wees gerust, degene die zit te tellen en denkt: al over de helft en het doel nog niet bereikt, die hoeft niet ongerust te zijn. Onze heenreis was dé reis. We hebben - zie de route op de kaart!- menig uitstapje gemaakt en bewust een lange aanloop genomen. Straks gaan we met een boog Finland in en is vanzelf de terugreis opnieuw een reis op zich.
Het valt moeilijk om weg te komen daar bij die Jøkelfjordbreen. Ook in de stille ochtend weerspiegelen zich alle elementen prachtig in het stille water van de fjord. Een aanrader dit plekje niet over te slaan. Toch aanvaarden we de terugreis uit dit zijdal en begeven we ons op weg naar Alta. Nog even een kilometer terug om te zien of we in het laatste dorp Alteidet brood kunnen kopen, maar dat is hier helaas niet. Zo rijden we verder en komen even later aan het Langfjorden. Inderdaad, lang, want we blijven hier zo'n 40 km langs rijden. Een prachtige weg, af en toe een paar huizen. De enige winkel die we tegenkomen heeft nog steeds geen brood, zodat de koffie en het brood deze keer lang op zich laten wachten. Even later komen we veel nederlandse campers tegen. Als we uiteindelijk om de immense baai bij Alta heenrijden (je ziet Alta liggen, maar bent er voorlopig nog niet) stoppen we in het plaatsje Talvik om ons lang begeerde brood te kopen. Daar staan nog meer nederlandse campers. Ze blijken allen bij een reis van de NKC (Ned. Kampeerautoclub) te horen en komen van de Noordkaap vandaan. Een gezellig praatje ontstaat. Zij moeten vandaag nog naar Skibotn, terwijl wij tussen daar en hier tweemaal overnacht hebben. Nee, dan toch maar liever niet met zo'n gezelschapsreis, hoewel we wel lid van de NKC zijn. Eigen tempo bepalen. Heerlijk toch!
We rijden door Kåfjord, waar nog duidelijk te zien is dat dit vroeger een mijnbouwstadje was met kopermijnen. Met daarachter een geschiedenis van tragiek vanwege een engelse eigenaar die de bevolking uitbuitte. Ook al rijden we nu onbezorgd door allerlei gebieden, telkens weer verbaast de harde realiteit je waaronder mensen hebben moeten lijden. En allemaal gebeurd op plekken die jij nu gewoon passeert alsof er niets aan de hand is.

Marteling
Het gebied waar we nu zijn is ook bekend als het lappenland. Oftewel land van de Samen. Overal komen we de tenten met souvenirs tegen en de in prachtige klederdracht gehulde Lappen. Prachtig, echter om een grote armoede te bedekken. Want de bestaansgronden zijn minimaal, hun leven niet rooskleurig. Ook hierover zijn trieste verhalen te vertellen. Vlak voor Alta eerst weg 93. Dat is de weg die leidt naar Kautokeino, de hoofdstad van de Lappen. Zover zullen en willen we niet komen. Alleen maar een deel van dit dal en nog een zijdal daarvan bekijken. Vooral de klim naar het hoogste punt van deze weg is een prachtig stuk. De weg slingert tussen machtige rotswanden door. Bezijden de weg dendert het water met kracht door een nauwe kloof. Boven aangekomen een langgerekt meer, waaruit deze rivier ontspringt. Bij een restaurant stoppen we voor de koffie. We wilden die koffie van de Lappen wel eens proeven, maar helaas is het restaurant gesloten.
De hoofdplaats van de Lappen (nog een 80 km hier vandaan) kenmerkt zich echter door nog iets: het is tevens de hoofdstad van de muggen. Miljarden muggen zwermen er rond. En dat is hier te merken. Want je hoeft maar even iets open te doen en een horde muggen is binnen. Aangezien het binnen war is doen we snel horren voor de ramen.
Je houdt niet voor mogelijk hoeveel muggen in de kortst mogelijke tijd tegen het gaas aanzitten! Zo ervaren we wat voor plaag deze muggen toch wel is. Niet te geloven hoe snel ze binnen zijn als je even iets opendoet.



Er is een bijkomend probleem: we zijn bijna door onze watervoorraad heen. En een kraan met het bordje ‘drinkwater' erboven staat verleidelijk voor ons bij dit gesloten restaurant. Ik offer me op. Naar buiten gaan is een ramp, maar er is geen andere oplossing. Er moet een plug aan de kraan, de slang moet aangesloten worden en het water bijgevuld worden. Ik trek m'n vest zo ver mogelijk over m'n hoofd (uiteraard zijn de broekspijpen dichtgebonden) en ga naar buiten. De aanval begint direct. Overal muggen. Je houdt het niet voor mogelijk. Ze dringen achter je brilleglas, in je oren, in je neus en even je lippen van elkaar en je hebt direct een portie samisch vlees te pakken. Ongelooflijk wat een leven om hier te moeten wonen. Geen wonder dat het restaurant dicht is? Ondertussen is nog menige andere auto gestopt (met dezelfde gedachte wellicht) maar allen zijn binnen de kortst mogelijke tijd gevlucht. Toen het martelende water-innemen gebeurd was en alles opgeruimd, kondigde ik aan weer naar binnen te gaan. De deur ging op een kier, ik trok iets verder, nam een sprong, ginng door de nauwst mogelijke spleet naar binnen om deze vervolgens met een smak achter me dicht te trekken. Behalve degenen die in de deur klem zijn komen te zitten, hadden acht muggen het voor elkaar gekregen om in dit recordtempo tegelijk met mij binnen te komen. After bite heeft z'n werk moeten doen.
Nee, dit dal verder ingaan doen we niet en we keren terug naar Alta. Daar vinden we net voorbij de plaats bij een klein strandje een plek waar met enkele campers de nacht doorbrengen. Weer aan een fjord. En wat een genot: nauwelijks muggen. Tot laat in de avond zitten we nog buiten. Het lijkt wel niet op te kunnen. O ja, dit strandje is wel de ontmoetingsplek voor de jeugd van Alta. Maar wie denkt aan rondscheurende motoren en luide Housemuziek (bier drinken laten ze vanwege de prijzen wel helemaal uit het hoofd) die heeft het mis. Ze kletsen en volleyballen en vragen je beleefd om een vuurtje (want roken, dat doet zo'n beetje iedereen in Noorwegen).

                       Weet u trouwens wat het domste is wat ik heb meegenomen? ......... Extra gasblikjes voor de gaslamp, terwijl het altijd licht is!


Kalotje
We zitten inmiddels in de zgn. noord-kalot. Een kalotje is een hoofddeksel van een priester, wel zo moet u het bovenste deel van Noorwegen ook zien. Meestal hebben we het gevoel dat Noorwegen dat lange smalle land is naast Zweden. Met daarnaast Finland en daarnaast Rusland. Maar bovenin strekt Noorwegen zich uit boven Zweden en Finland en grenst zelfs aan Rusland. Ook daar hopen we nog te komen.
Zodra we Alta verlaten gaan we de hoogvlakte op. Het landschap gaat duidelijk veranderen. Nog wel bergachtig, maar kaal en nauwelijks begroeiing. Op de hoogvlakte wonen slechts hier en daar Lappen.
We zien hun (kleine) huisjes. Ergens zien we een Lap snel in z'n blootje (was het vanaf de sauna?) naar z'n huis rennen. Elders wacht men ons op een P-plaats weer op met de nodige geweien en andere souvenirs. Sneller dan we denken zijn we hier over heen en gaan de E6 (alweer!) verlaten. Nee, nog niet direct naar de Noordkaap. Eerst naar Hammerfest. De meest noordelijke stad ter wereld. Die kun je toch niet overslaan.
De tocht erheen is al een prachtige route, langs en over fjorden. Stopplaatsen genoeg om te genieten. En dan ineens om een bocht ligt daar de haven met stad. Het is dat je onderweg al zoveel verkeer ontmoette anders had je hier niets meer verwacht.
Maar ineens is daar een stad vol bruisend leven. Aangezien het half vijf is willenwe eerst een plek voor de nacht zoeken, maar wat opvalt is dat - ondanks dat na de verwoestingen door de Duitsers in WOII veel herbouwd moest worden - de stad toch niet dezelfde uitstraling heeftals de meeste steden in het Noorden. Bij andere steden treft het ons telkens weer dat het een slordige bouw is, een samenraapsel van mooie houten gebouwen en nieuwbouw die alleen maar lijkt neergezet te zijn om in de vaart der volken mee te kunnen zonder zich te bekommeren om een zekere uitstraling van de stad. Hammerfest heeft meer allure.
Zoals gezegd zoeken we eerst een paar kilometer verder naar het noorden een plek voor de nacht. We komen in het dorpje Forsøl, waar we even er buiten een heerlijke plek vinden, samen met nog twee campers. Aan de ene zijde kijken we over de baai met het dorpje en de haven, aan de andere zijde zien we iets van wat op de Noordelijke IJszee gaat lijken. Voor ons grazen ongestoord enkele rendieren.
                                                                                                       Lost u ondertussen het raadsel even op: van wie zijn de benen op deze foto?


71 graden 10 minuten 21 seconden
Ik neem u even mee. Het is half drie. Buiten schijnt de noorderzon (al is het niet warm). Vanuit de camper zien we de schaduw van de wolken over de groene helling tegenover ons vallen. Daartussen ontdekken we een kudde rendieren. Er zitten nogal wat witte tussen. En kleintjes. Ze grazen rustig, of rennen achter elkaar aan, spelen hun spel. Een prachtig tafereel. Aandoenlijk zelfs.
Het is opnieuw half drie. Een wolk omhult ons. Het zicht is minimaal. De regen heeft weliswaar opgehouden, maar kan elk ogenblik opnieuw beginnen. De wereld is klein en koud, de wind loeit om de camper. Binnen brandt de kachel. Door de ramen kun je de auto´s hooguit tot op 100m afstand slechts zien als een schim. Soms is het of een onzichtbare hand even het raam schoonveegt, de blik op het blik is dan helder, maar het is slechts een moment. Van bergen, laat staan rendieren geen spoor meer. Urenlang gaat dat nu al zo.
Twee keer half drie. De eerste keer midden in de nacht. Zon vanuit het Noorden! De tweede keer twaalf uur later en dus in de middag. Dat is nu de realiteit van de Noordkaap. Want inderdaad we zijn er! We hebben bovengenoemde breedtegraad bereikt. Het noordelijkste punt van Europa (al ligt er nog één onbereikbare rots 1 minuut en 27 seconden noordelijker). 340 jaar nadat voor het eerst een Italiaanse geestelijke de Noordkaap bereikte (een moment dat gezien wordt als het begin van het toerisme) en na zoveel miljoenen anderen uit alle delen van de wereld die deze ervaring beleefden, zijn wij hier aangekomen. Doel, eindpunt of keerpunt? Of gewoon een mijlpaal, één van de zoveel momenten waarop je stil wordt van ontzag voor de grootsheid van de schepping en de elementen die daarop van zo grote invloed zijn?
Zeker, het is het scharnierpunt van een reis die deze naam heeft gekregen. Noordkaapreis. Een reis die je zelf al lange tijd in je hoofd had zitten, door (privé)omstandigheden veel eerder gemaakt werd dan je ooit dacht en mede mogelijk gemaakt werd door het gunstige feit dat je 25 jaar als predikant mocht werkzaam zijn en de gemeente je bij dit jubileum voorzag van een gift die deze reis (en de techniek erbij) mogelijk maakte.

Maar laten we eerst eens terug keren naar het begin, de vroege ochtend van die dag ervoor. Nou ja vroeg... In een stille omgeving (thuis langs een drukke weg ben je wel anders gewend!) slaap je soms veel langer dan gedacht. Hoewel om kwart over acht de sinasappelpers al werkt blijkt het ineens al weer kwart over tien te zijn. Dus ingeslapen. Maar we hebben de tijd aan onszelf, dus geen probleem. Alle aan- en afvoerlijnen van de camper moeten deze dag weer even opgefrist worden. En dat betekent in Hammerfest: diesel, schoon- en vuilwater, afval, boodschappen en pinnen. Daarbij zien we tot onze verbazing de rendieren gewoon door de stad rennen. Ze raken de weg kwijt en weten niet meer waarheen. Kennelijk gebeurt het wel vaker, al klikken alle toeristencamera's.
Overigens blijkt dit later een serieus probleem te zijn voor Hammerfest. Voor de toeristen leuk, maar voor de inwoners steeds meer een gruwel, omdat ze gewoon de tuinen inkomen. Er zal dus een hek rondom Hammerfest verschijnen.
Ook onderweg moeten we er beducht op zijn dat de rendieren zomaar oversteken. En inderdaad, een enkele noodstop (bij slechts 60 km/u, waar 80 is toegestaan!) slingert wel het laatst overgebleven losse onderdeel in de camper naar voren, maar een confrontatie kan ontweken worden.
Een deel rijden we dezelfde weg terug als heen, dan pakken we de E6 naar het Noorden. Hoewel het geheel bewolkt was die morgen laten blauwe gaten aan de noordeinder onze hoop groter worden. Dan draait de E6 naar het zuiden en oosten af en moeten we voor de laatste 125 km de E69 nemen. Die gaat geheel langs een van de grootste IJszeefjorden. Nu echt op naar de Noordkaap!
We staan trouwens verbaasd over de afwisselende landschappen. Dan weer prachtige begroeide gedeelten, met (voor Noorwegen) redelijk veel bebouwing en de typische noordelijke boomgroei (vooral dwergberken, veenbessen en mos). In de korte zomer bloeit er ook heel wat. Anderzijds dwingt de kaalheid van de kustlijn, de slingerende weg en de steile diepten ontzag in en vraag je je af waarom mensen hier in dit ruige en onherbergzame gebied ooit zijn gaan wonen. Bij een Samen (een Lap, weet u nog wel) met een alleraardigste kiosk en klein nagebouwd lappendorpje drinken we koffie en hij geniet ervan ons allerlei typische samische cultuurdingen te laten zien.

Wat ronduit storend is langs deze weg is de mentaliteit van de buschauffeurs, die je koste wat het kost voorbij willen. Ook al rijd je zelf de maximum snelheid. Voor ons zien we hoe een bus een camper wil inhalen die net af moet remmen voor rendieren, maar de bus douwt door en gaat in de bocht voorbij. Levensgevaarlijk. Later kunnen we het verklaren: al die bussen moeten op tijdschema rijden. We ontmoeten verschillende toeristen (Duits en Nederlands) die in 14, 15 of 16 dagen de Noordkaap ‘doen'. Meer is het dan ook niet. En kun je niet. We kwamen zelfs een hotelbus tegen, waar je vanwege de efficiency in de bus tegelijk kunt slapen. In allemaal smalle ‘laatjes' boven elkaar. Een bus met allemaal smalle raampjes, als een opbergdoos. Opgestapeld met 10 cm lucht boven je of zoiets. Afschuwelijk. Het zag er eerder uit als een mortuarium...
En ‘s avonds - als je met al die campers gezellig op een ruime parkeerplaats aan de Noordkaap staat en de ruimte denkt te hebben, dan komen ze rond tienen aan, die bussen. Met tientallen tegelijk, om honderden toeristen uit te laten die dan het moment suprême mogen beleven. Alsof het om een jaarwisseling gaat.
Goed, we rijden nog langs die IJszeefjord, weet u wel. Zo langzaam wordt het land onbewoonbaarder, ruiger, woester en kaler. Toch verbaas je je telkens weer over kleine nederzettingen. Als het ware op een prachtige wijze ingeweven in de omgeving. Wat een werk is hier verzet om wegen aan te leggen. En niet alleen voor toeristen, want op het eiland van de noordkaap zijn tenslotte nog enkele andere dorpen aanwezig, met Honningsvåg met 3500 inwoners als grootste. Schitterend slingert zich de weg langs de immense fjord naar het punt waar de 10 km lange tunnel ons met het eiland verbindt. Een bijzondere tunnel omdat we ermee afdalen tot ruim 200m onder de zeespiegel. Een griezelige diepte. Ook een toltunnel (één passage NOK 186 = €22,32), omdat er aan dit toerisme ook wat verdiend moet worden (en terecht als je vergelijkt hoe makkelijk die Noordkaap nu bereikt kon worden in tegenstelling tot vroeger, toen men per schip moest of weer later met het veer en langs barre wegen!).
Nog 30 km nu. We moeten eerlijk zeggen dat we dat wel met een zekere spanning doen. We stoppen ook niet elke keer om foto's te maken, dat doen we als we terug gaan en ook de kleinere dorpen willen bekijken. We gaan nu eerst een plekje zoeken, want we waren niet de enige op weg. De weg op dit laatste eiland is een schitterende weg, met haarspeldbochten en steile beklimmingen. Prachtige uitzichten, steile diepten en majestueuze rotspartijen wisselen elkaar af. Alleen dit laatste deel van de rit is het al waard om hier te zijn. Vanuit de diepte van de tunnel is het 500m klimmen voor we bovenop zijn. De Noordkaap-rots steekt als een steile rots ruim 300m vanuit het water omhoog. Haar verschijning is imponerend. Het is waar, zij die alleen maar mist hebben gezien en zeker niet de zon te middernacht, zullen teleurgesteld zijn en zich hoogstens verbaasd hebben over de toeristische bedrijvigheid, vooral wanneer tussen 9 en 11 ‘s avonds de bussen lading na lading toeristen uitspuwen, soms met armen vol champagneflessen om ‘het' feit te vieren. Welk eigenlijk?
Genieten van het licht
Wij zitten rond half acht ´s avonds (aankomsttijdstip 18.55u!) voor onze camper samen in de zon buiten heerlijk te genieten van een machtig uitzicht over die noordelijke IJszee. Dan word je toch even stil. Nee, we schreven het al vaker, het ging niet alleen om dit moment. Maar hier zien we toch iets van die ‘uitersten der aarde'. De uitersten, einden of de grenzen hebben altijd al mensen aangetrokken. Ook in de Bijbel staat de uitdrukking het ‘uiterste (of einde) van de aarde' wel zo'n 27 keer genoemd. Vooral in de psalmen, waar mensen met woorden van hun taal toen de grootsheid en glorie van God bezongen en bovenal aangaven hoe Gods Koninkrijk tot aan die einden eens zal gaan. Te denken valt ook aan mensen die nadachten over de zin van het leven (Job bijv.!) en aangaven dat ook de einden der aarde van God zijn. Zo mag je dat hier ook beleven. Al is het maar een plekje, omgeven door veel tamtam, al is de aarde hier ‘woest en ledig' ook hier is het Zijn schepping. Hier waar de elementen heersen en een plotselinge mist en koude alle glans weer wegneemt, hier worden we al mensen heel klein. Hier is het machtig genieten en deert het niet dat het de volgende dag mistig zal wezen. We hebben een rustdag om heerlijk te genieten van het hier zijn.
Inderdaad, we hebben het erg getroffen.
De avond ervoor, zo hoorden we, was er niets te beleven. De dag erop zitten we middenin de wolken, maar die zaterdagavond laat de zon ons niet in de steek. Al zijn er ook veel wolken aanwezig. Weliswaar hebben we rond twaalf uur (het dieptepunt van de zon is om 00.22u) de zon zelf niet gezien, maar gevreesde mistbanken bleven uit. En vooral na middernacht kwam de zon weer heerlijk te voorschijn. We laten u aan de hand van foto´s meegenieten, al konden de mooiste momenten niet meer met dit toestel vastgelegd worden omdat de batterij net leeg was. Hoewel tegenlichtopnamen altijd een donkere sfeer weergeven was het in werkelijkheid zo licht, zoals uit de foto rechtsonder blijkt.


    22.00u: wolkendek houdt zon tegen. Tegenlichtopname                   00.22u Zon op dieptepunt, onzichtbaar



Zuidkaap

Thuis kunnen ze het geloven of niet, maar de zondag (onze vierde nu) was de derde waarop het de hele dag regende. En niet zomaar. Zoals we boven al schreven ('Voor de tweede keer half drie') zaten we midden in de mist. Naarmate de dag vorderde werd het alleen maar slechter. 's Avonds bulderde de storm rond de camper, rukte aan alle kanten, binnen was het behaaglijk, de kachel aan en zo hadden we een fijne zondag.
Toen we gingen slapen loeide de wind nog steeds, kletterde de regen op het dak en was het einde niet in zicht. En opnieuw tot onze grote verbazing worden we op maandag wakker en is er een stralend blauwe lucht en schijnt de zon volop.
Met de stoelen buiten maken we kennis met allerlei andere Hollanders die gisteren aangekomen zijn en die hun camper nog niet uitgekomen waren. Het is hier bovenop nu een en al genieten. Een kudde rendieren zien we al weer voorbij razen en de Hurtigrute blaast driemaal op z'n scheepshoorn omdat hij de kaap 'gerond' heeft. De zon straalt en urenlang genieten we zo van de stilte, het uitzicht en de omgeving.
Het is erg rustig op de parkeerplaats. Door de regen van gisteren zijn velen weggetrokken, nieuwe gasten durfden nog niet naar boven te komen. Daardoor een heerlijk genieten.
Een plechtig moment vindt nog plaats. Met zekere plechtige woorden, door mijn vrouw uitgesproken plaatsen we bij een van de monumenten een steen die - jawel, echt waar, van de Zuidkaap (Zuid Afrika!) afkomstig is. Onze dochter Marusja was daar, nam deze steen mee en verzekerde ons deze op de Noordkaap te plaatsen...
Waarvan bijgaande foto een stille getuige is.

We dwalen nog rond, nemen beelden op en het is pas diep in de middag als we vertrekken. Alhoewel, vertrekken, het eiland is groot en onderweg is nog zoveel te zien. Elke bocht levert weer nieuwe vergezichten. Een volkomen kaal eiland (geen bomen of struiken en meest rotsen) en toch boeiend, afwisselend. Geweldige baaien, verscholen tussen de kloven van de bergen. Prachtig gelegen huisjes en kleine vissersplaatsjes die dromerig voor zich uit staren.
Alleen hier al kun je een hele vakantie doorbrengen. Je kunt alle kanten op, vissersplaatsjes bezoeken, aan bergmeren zitten, genieten van uitzichten over bergen met gapende kloven. En overal telkens weer die zee, die verre zee, die naar alle kanten van de wereld leidt. We stoppen elk moment om te genieten van het uitzicht, een foto- of video-opname te maken of vanwege overstekende rendieren. Soms daalt een wolk als een mist neer op het prachtige landschap. Juist daardoor lijkt het nog mysterieuzer.
Honningsvåg, vroegere aankomstplaats met de veerboot, is best wel een aardige plaats. Zij het door de vele boten die aanleggen en daardoor veel toeristen erg daarop ingesteld. Inmiddels is de avond al weer begonnen en zijn we nog maar 30 km verder. Daarom gaan we alleen de tunnel nog door (weer die diepte van -212 mtr) en vinden even later een prachtige plek, met nog drie andere overnachters, op de oude aanlegplaats van de veerboot.

Fotoimpressie van het Noordkaapeiland (Magerøya)



Richting Rusland
Vanuit de noordelijkste punt gaan we nu oostwaarts om de uiterste grens van Noorwegen op te zoeken en daarna af te dalen via Finland en Zweden. Hoe verder we naar het oosten komen hoe stiller het wordt op de wegen. Eerst rijden we weer deels dezelfde weg terug langs het prachtige fjord (Porsangen). Helaas is het weer nu minder dan op de heenreis, maar wie bedenkt dat we boven in Noorwegen zitten beseft dat we het ontzettend getroffen hebben met het weer en al heel veel mooie dagen hadden. Vandaag wat meer regen en de hele dag bewolking mag de pret daarom niet drukken. Bij Olderfjord komen we op het punt waar we vandaan kwamen en gaan nu naar het zuiden om helemaal om het fjord heen te rijden (kan niet anders). In Lakselv gooien we de diesel- en watertank weer vol, besluiten de laptop even aan te zetten om te zien of er een signaal is en hebben warempel direct al een 100% verbinding. Zo konden ze thuis intussen al weer genieten van hetgeen wij op de noordkaap allemaal gezien en beleefd hebben. En geloof ons, het is niet uit te drukken met woorden en beelden!

In Lakselv nemen we ook (voorlopig) afscheid van de E6 en daarmee van de Duitse bussen die alsmaar haast hebben (en even later nóg net voor je rijden) en volgen weg 98 die ons de wildernis van de Finnmark inbrengt.
Finnmark, zo heet het kalotje van Noorwegen. We passeren ontzettend veel verschillende landschappen: een natuurpark met de op de hoogst mogelijke breedtegraad groeiende dennebomen, wouden vol kreupelhout en dwergberken, ruige kale stukken, hoogvlakten. De ongereptheid van de natuur is hier nog met grote letters te schrijven. Prachtige taferelen ontrollen zich voor onze ogen (ondanks het mindere weer). Weer heel anders dan we totnutoe gezien hebben. Opvallend is ook hoe ontzettend veel water er op die hoogvlakten te vinden is. Het ene na het andere meer, verder moerassen, watervallen en brede (zalm)rivieren. En kale hellingen en vlaktes, ruige rotsen en vooral weinig bebouwing. Een land waar je één bent met de natuur. Een land vol uitersten, waar je niet uitgesproken komt met oh's en ah's. Het blijft genieten.
Aan het eind van de middag kijk je uit naar een mooi plekje, en dan kom je een grote parkeerplaats tegen aan de rand van een fjord en besluit je daar te gaan staan. We staan er als eerste om te zien hoe vervolgens nog vier anderen (waarvan 1 met tent) de plek ook bevalt. Zo gaat dat hier. Ondertussen trekt de lucht meer en meer open en een magnifiek wolkenspel ontvouwt zich. Een complete strijd tussen zon en wolken. De wolkenband gaat steeds lager, maar de zon ook. Zal ze rond de middernacht haar schijnsel laten zien?
Om twaalf uur zien we alleen nog een weerspiegeling in het strakke water van de fjord. Maar vergeet niet: het dieptepunt is niet om exact 12 uur. In principe is er een astronomisch verschil van rond de 20 minuten plus een uur tijdsverschil (zomertijd). Doordat we behoorlijk ten oosten van Nederland zitten blijkt het exacte dieptepunt van de zon hier om 00.23u te zijn. En zowaar kunnen we om 00.23 een prachtige opname maken, al lijkt het door de tegenlichtopname of het donker is. Dus niet. Opvallend is hier t.o. zuidelijkere gebieden (nou ja, boven de poolcirkel dan) dat het echt totaal licht is. Hoe ziet donker er ook al weer uit? Of is dat een rare vraag?
Het blijft vreemd midden in de nacht de zon zo te zien schijnen. Vooral als je een poosje later ziet dat de zon al weer hoger staat.



Overrekenen
Terwijl het gisteren dus zo bewolkt was, ontwaken we de volgende dag weer bij een stralend blauwe lucht. We genieten van een heerlijk ontbijt. De vraag is daarna of we verder gaan of niet. Wie de kaart van Noorwegen bekijkt ziet dat er bovenin nogal wat schiereilanden zijn.
We waren het Nordkinn schiereiland (een na laatste) opgegaan om de 135 km naar Gamvik te gaan rijden. Toch besluiten we om dit gedeelte niet verder in te rijden en keren daarom terug om richting het Oosten te gaan.

Inmiddels hebben we u natuurlijk herhaaldelijk nieuwsgierig gemaakt met de mededeling dat we weer zo'n heerlijk plekje gevonden hadden. We hebben (bijna) van elk plekje waar we stonden een foto gemaakt en daarom zullen we hieronder een collectie ervan plaatsen. Zodat u het zelf kunt beoordelen!








Enige tijd later naderen we de rivier Tana, hier in Noorwegen een immens brede rivier. Verderop tussen Finland en Noorwegen is ze de grensriver, zodat we haar nog vaker ontmoeten zullen. Volgens onze vrij nieuwe kaart moet er na enkele kilometers al een brug over deze rivier zijn. We moeten er namelijk over. Maar er is niets!. Geen brug, geen verwijzing. Vergist onze kaart zich? Dat zal de eerste keer zijn, hoe is het mogelijk! We moeten ruim 20 km verder naar Tanabru, brug van Tana, om daar de oversteek te doen. Weer 40 km extra dus. Twee keer overrekenen vandaag.

Natuur

Nu gaan we het laatste schiereiland op, Varanger, om de 135 km af te leggen naar Berlevåg (spreek uit Berlevook). We komen nu in een gebied waar weinig toeristen komen. En dat is te merken. Zeker de snelle Noordkaapbezoekers zullen hier nooit komen. Wat moet je zoeken in zo'n uithoek? Maar schitterend wordt het hier. En die rust. We kunnen alleen nog maar in superlatieven spreken.


Niet alleen de plaats Berlevåg, ook de route erheen. Eerst opnieuw over een hoogvlakte (daar krijg je nooit genoeg van). En dan die kustweg. Eén die je echt voor je plezier op en neer blijft rijden. Om inhammen heen en langs rotspartijen. Strandjes en kleine woongemeenschappen wisselen zich af.
En dan die kleuren en verschillende soorten rotsen! Een betoverend landschap. De grillige rotspartijen hebben deze kustweg tot een waar kunststukje gemaakt. Heerlijk om te rijden. Mijn vrouw rijdt meestal alleen de grotere wegen en vond de smallere en kronkelige wegen nog wat te gevaarlijk, maar omdat het hier rustig is heeft ze het stuur overgenomen en dat ging allemaal fantastisch.
In Berlevåg zoeken we naar een plekje. Een camping is er wel, maar we streven ernaar vrij te staan en even later vinden we een plek direct aan de Noordelijke IJszee. We hebben helaas geen vers water genoeg, maar dat halen we bij een huis. Zo kunnen we er even tegen.
Heerlijk, de zon schijnt, de stoelen buiten, rendieren spelen om ons heen, vlak voor ons een waar vogelparadijs en 's avonds komt ook de Hurtigrute nog langs!




Vanuit ons raam ( de temperatuur daalt wel!) staren we eindeloos over de Noordelijke IJszee. Een lichtspel van zon en wolken voltrekt zich. Rood kleurt de avond, de nacht valt niet. Wel een waterig zonnetje, maar daardoor is de kleurenrijkdom des te groter.
Allerlei gevogelte probeert op een rots die net boven water uitsteekt een veilig heenkomen te vinden. Niet beseffend dat twee keer per dag deze rots onder water komt te staan. Het wordt geen nacht.
Toch vindt de dierenwereld langzamerhand enige rust. De rendieren komen niet terug. Een klein lammetje is haar thuis kwijt en loopt mekkerend rond, eenden dobberen op het water.
En zo wacht mens en dier tot het ècht dag is en het gewone leven weer beginnen kan. Onvergetelijk, een dag en avond om nooit te vergeten.
Kijk zelf maar naar enkele van de vele foto's !

En hier mee sluiten we onze vierde week af. We zitten nog steeds boven in Noorwegen, maar wees gerust. De meeste mensen rijden de omgekeerde route: eerst Zweden en Finland. Elke keer kwamen we die mensen tegen en spraken met hen. Allen hadden in één tot anderhalve week de rit naar het noorden gemaakt. Dus moet het geen probleem zijn.




                                                                    Een reactie in ons gastenboek is altijd welkom!



Mijmeringen aan de zijlijn

Dit kalotje van Noorwegen is een woest en grotendeels onbegaanbaar gebied. Bergen zijn overal maar worden nergens bewoond, benut of bereden. Slechts de dalen en de kustlijnen zijn belangrijk. Van dat laatste heeft Noorwegen voldoende. De gezamenlijke kustlijn is gelijk aan de halve aardomtrek. Wie zoals wij nog maar een stukje van Noorwegen en haar kust bezien, komt al onder de indruk van de grootte. Al rijdend denk je ook na over de voorgeslachten die hier woonden en dit alles voor ons toegankelijk hebben gemaakt.
We kennen uit de geschiedenis wellicht iets over de Noormannen. Woeste krijgers die op primitieve wijze zuidelijke continenten overvielen. Maar als je bedenkt in welke contreien zij geleefd hebben (de sporen van bewoning van deze gebieden zijn al heel oud!), dan besef je ook welk ruw leven deze mensen hebben gekend. Het was alleen maar een gevecht om het bestaan en tegen de elementen. Temidden van onbedwingbare natuurkrachten leefden zij, met altijd maar die drang om te overleven. In barre winters, zonder enig hulpmiddel, jagend op het vlees van een rendier, hun territorium verdedigend. Zo moet hun leven geweest zijn. Verwacht dan ook geen gemoedelijke toeristische uitjes als deze Noormannen eens even de zon in het zuiden opzoeken. Het konden niet anders dan veroveringstochten zijn. Zo was hun hele leven.
Of denk eens aan die scheepsvaarders die hier rond de Noord voeren. In 1553 werd voor het eerst een doorgang via het Noorden naar China (!) gezocht en de Noordkaap ontdekt. Veel zijn de verhalen van schepen die vastliepen in het ijs. Van mensen die op Spitsbergen of in Moermansk tenslotte niet alleen hun reis maar vaak ook hun leven eindigden. Daarnaast zijn er ook nog de ten hemel schreiende gebeurtenissen van de strijd tussen Duitsland en de Geallieerden vanwege de aanvoer van materieel naar Rusland. Een strijd die juist hier in en om de fjorden van de Noordkaap is uitgevochten. Met een verlies van ettelijke 1000-en levens. Die waanzinnige oorlogen die niets anders ten doel hadden dan dat de mens zichzelf wilde verheffen en daar koste wat het kost het leven van anderen voor opofferde. De Noordkaap was eens ook dat strijdtoneel.
De Noordkaap is niet zomaar een eindpunt of gewoon een rots, maar een teken van de gang van het leven door de eeuwen heen. Gezocht, beklommen, bevochten, bezongen, bejubeld en beweend. In haar betekenis zien we ons eigen bestaan, als een bestaan met een doel. Niet zomaar om te consumeren, maar ook geroepen om dat evangelie tot aan de einden der aarde te laten klinken.